De Rederscentrale c.v. Home Organisatie Activiteiten Publicaties/Pers Contact/Ligging Links
Stand der Vangsten
Agenda
Activiteitenverslag en Visplan
Hervorming Gemeenschappelijk Visserijbeleid
Event 1 jaar convenant (5/9/2012)
Visserijonderwijs
Projectideëen
Lopende Projecten
Afgelopen Projecten
Groepsaankopen
Visie van de Rederscentrale op de Commissievoorstellen voor de hervorming van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid.
Recentelijk heeft de Raad van Bestuur van de Rederscentrale een visiedocument goedgekeurd over de commissievoorstellen van 13 juli 2011. Deze visietekst kan u hieronder integraal terug vinden. Later dit jaar wordt de afwerking van het voorstel over het Europees Maritiem en Visserijfonds verwacht, waarover natuurlijk meer in de volgende edities van ons informatieblad.
Inleiding
De Rederscentrale verwelkomt een nieuw gemeenschappelijk visserijbeleid en een nieuwe gemeenschappelijke marktordening in het kader van een vereenvoudiging van de regelgevingen. We vinden echter dat de verwezenlijkingen van het beleid sinds 2002 het vermelden waard zijn en dat er zo veel mogelijk moet naar gestreefd worden om verder te bouwen op die verwezenlijkingen.
Niet alleen in België maar gemiddeld ook voor de andere landen die de visgronden met ons delen, is de visserijcapaciteit wel degelijk verminderd. Dit heeft er mee toe geleid dat er voor de bestanden van diezelfde visgronden over het algemeen een verbetering kan worden gezien. Het aanpakken van de ontbrekende wetenschappelijke data kan er dan ook toe bijdragen dat die verwezenlijkingen veel zichtbaarder worden. Wat naleving van de regelgeving betreft, kan er ook niet ontkend worden dat er grote stappen zijn gezet onder het huidig beleid.  De visserijcontrole is aangepakt en het lijkt nu eerder noodzakelijk om de rationaliteit er van te herbekijken in samenhang met een nieuw beleid. Een andere verwezenlijking van het huidig beleid is zeker de aanpak van de illegale, niet gedocumenteerde en niet gereguleerde visserijen (I.U.U.).
De Rederscentrale staat vanzelfsprekend achter het behoud van de relatieve stabiliteit en is verheugd dat dit voor de overgrote meerderheid van de betrokkenen in Europa ook zo is. We stellen dan ook de volgende vraag op basis van de feiten dat (1) er nog slechts ongeveer 80 vissersvaartuigen onder Belgische vlag operationeel zijn, (2) de Vlaamse visserij reeds gediversifieerd is en streeft naar een verdere diversificatie, (3) er een blijvende grote geografische verspreiding is van de visgronden onder de relatieve stabiliteit, (4) er de laatste jaren grote stappen zijn gezet rond de vermindering van brandstofverbruik en van teruggooi, (5) er een verhoogde aandacht is voor het minimaliseren van de milieu-impact van de Vlaamse visserijtechnieken en (6) er een bereidheid blijft om te investeren in een duurzame toekomst voor de Vlaamse visserij: “Waarom niet een visserijbeleid creëren dat past voor de Vlaamse visserij, in plaats van de Vlaamse visserij te onderwerpen aan een algemeen beleid?”
MSY
De Rederscentrale kan zich vinden in het streefdoel van een overeenkomst van Johannesburg 2002 om waar mogelijk een maximaal duurzame opbrengst situatie te bereiken tegen 2015. Een MSY per bestand bereiken tegen die tijd in gemengde visserijen is echter niet mogelijk volgens de Rederscentrale. In de voorstellen voor een nieuw GVB wordt de ‘waar mogelijk’ weggelaten en wordt er geen onderscheid gemaakt tussen gemengde visserijen en soortgerichte visserijen. Er zijn vragen gesteld aan de wetenschap om te bekijken hoe een MSY-principe kan toegepast worden per métier in plaats van per bestand en de Rederscentrale is vragende partij om die analyse af te wachten in plaats van een MSY per soort op te leggen tegen 2015 of eerder.
In de huidige voorstellen lijkt het alsof er met de opbrengst (yield) in de MDO (MSY) minder rekening wordt gehouden dan met de ander pijlers van de duurzaamheid. De gebruikte criteria per soort, biomassa (Bmsy) en visserijsterfte (Fmsy), zijn biologisch en een socio-economisch criterium is moeilijk te identificeren in de wetenschappelijke vastleggingen van die criteria. Werken met dergelijke criteria per soort is niet werkbaar in een gemengde visserij. De Rederscentrale pleit dan ook om de MSY-benadering toe te passen per type visserij (‘métier’) in plaats van per soort. Voor de Rederscentrale lijkt het op basis van de beschikbare wetenschappelijke gegevens - en nog meer op basis van de ontbrekende - niet haalbaar om voor alle soorten de MSY-status te bereiken in 2015. Het lijkt ons veel meer haalbaar om een MSY-doelstelling per métier te bereiken binnen een realistisch termijn. Als de beleidsmakers snel een voorstel van de wetenschap daaromtrent kunnen aanvaarden, is 2015 misschien nog een meer realistische doelstelling voor een per métier principe dan voor een per soort principe.
De Rederscentrale begrijpt de visie dat veel stocks nog ver van de MSY-status verwijderd zijn, maar de Vlaamse gemengde visserij heeft heel wat doelsoorten die al die status bereikt hebben of in de buurt komen. Het zou niet correct zijn om die visserij dan te bestraffen op basis van soorten waarvoor er in veel gevallen zelfs nog geen wetenschappelijke gegevens beschikbaar zijn. Zoals naar voor gekomen tijdens het seminarie georganiseerd door het Belgisch voorzitterschap van de Raad in november 2010, kan een samenwerking tussen visserij en wetenschap meehelpen aan het sneller bekomen van de gegevens die nodig zijn om de métier-MSY’s te bepalen.
Teruggooiverbod
Als specifieke doelstelling wordt geformuleerd dat er gestreefd wordt naar een teruggooiverbod voor alle gequoteerde soorten tegen 2016. Een manier om die doelstelling te bereiken die wordt aangehaald is een aanlandingsverplichting, zodat er kan gewerkt worden met vangstquota in plaats van met aanlandingsquota. Als sectorvertegenwoordiging betreuren wij dat hieromtrent de ervaringen van de vissers te weinig aan bod gekomen zijn. Immers lijkt een aanlandingsverplichting een grotere impact op de bestanden te hebben, gezien van verschillende vissoorten de overlevingskans bij teruggooi gevoelig onderschat wordt. Hier ook is de Rederscentrale vragende partij om samen te werken met de wetenschap om dit aan te tonen.
 
Verplichten van aanlanden van alle vangsten leidt tot een grotere ecologische schade dan teruggooi. De Rederscentrale pleit dan ook om te focussen op het vermijden van ongewenste bijvangsten. Heel wat technische ingrepen aan de vistuigen hebben tot een zeker succes geleid in die doelstelling en in een nieuw beleid zou het verder werken aan technische maatregelen ter vermijding van ongewenste bijvangsten moeten gestimuleerd worden. De Rederscentrale verkiest om als doelstelling een minimalisering van teruggooi te stellen, eerder dan een verbod op teruggooi. Verder onderzoek en in praktijkstelling van technische maatregelen ter vermijding van ongewenste bijvangst kan hier in grote mate toe bijdragen. Het is volgens ons perfect haalbaar een tijdschema af te spreken tot het bekomen van realistische, aanvaardbare en duurzame doelstellingen voor een vermindering van de teruggooi.
Vangstquota zouden op die basis dus kunnen leiden tot een groter impact op het milieu dan aanlandingsquota. Via vangstquota zal namelijk alles wat bovengehaald wordt, effectief uit de oorspronkelijke habitat verwijderd worden, terwijl bij eventuele teruggooi van ongewenste bijvangsten er een belangrijke maar spijtig genoeg niet gekwantificeerde overlevingskans is.
 
De Rederscentrale wenst ook te wijzen op de vraagtekens betreffende de sociaal-economische haalbaarheid van alles aan te landen. Hierbij dient gedacht te worden aan de prijsvorming en de verwerking van niet verkoopbare aanlandingen, waarbij het onmogelijk lijkt dat de kosten van de behandeling van de niet verkoopbare aanlandingen kunnen gedekt worden.
Individueel overdraagbare rechten
De reden aangehaald door de Europese Commissie om dit in hun voorstellen op te nemen is het aanpakken van de overcapaciteit. De Rederscentrale is op zich al geen voorstander van dergelijke verplichting, maar er is ook nog het feit dat er in België helemaal niet (meer) kan worden gesproken van overcapaciteit. De afbouw van de Belgische vloot over de laatste jaren kan niet worden over het hoofd gezien, noch de zichtbare impact ervan op de bestanden die bevist worden door de Belgische vloot.
Het huidige systeem waarbij de Belgische quota centraal beheerd worden en volgens bepaalde criteria over alle vaartuigen verdeeld, vormt volgens de Rederscentrale een goede basis voor een volgende beleidsperiode. We zijn dus voorstander van een subsidiariteit waarbij een lidstaat zelf het best passend systeem voor de rechten kan bepalen. Door een groeiende diversiteit in type visserij en de geografische verspreiding van de visgronden is de Rederscentrale wel voorstander van een individuele overdrachtmogelijkheid (zonder deze verhandelbaar te maken) om een maximaal duurzame quota-uptake mogelijk te houden. De Rederscentrale pleit bijgevolg meer voor een optimalisatie van het huidige Vlaamse systeem, dan voor een aanpassing naar TFC’s. Via overleg tussen sector en Vlaamse overheid zou een optimaal principe kunnen opgemaakt worden.
De Rederscentrale wenst te vermijden dat een kapitalisatie van de rechten leidt tot een verhoging van de exploitatiekosten. Individueel verhandelbare rechten kunnen er tevens toe leiden dat de drempel voor nieuwkomers in de sector te hoog wordt. De voorgestelde kapitalisatie van quota zal de financiële positie helemaal ondermijnen en waar toch nog enige ruimte tot investering zou zijn, zullen de middelen eerder worden ingezet op het verwerven van quota, dan op verduurzaming van techniek en diversificatie van visserij.
Regionalisering
Dit belangrijk thema in de hervormingsvoorstellen van de Europese Commissie heeft als doelstelling de huidige complexiteit van de regelgeving aan te pakken. De Rederscentrale is voorstander van het terugdringen van het Europese micromanagement, een vereenvoudiging van de regelgeving en het verminderen van de administratieve lasten maar vindt dat er moet vermeden worden dat er een beleidsniveau bij komt.
Daarenboven vraagt de Rederscentrale om te vermijden voor wat betreft de voorgestelde regionalisering van het visserijbeleid, dat er te veel wordt opgelegd welke beheersmaatregelen moeten toegepast worden. De Rederscentrale is er voorstander van om algemene doelstellingen in het GVB te formuleren en de wijze waarop aan deze doelstellingen voldaan wordt, over te laten aan de vissers. Net zoals bij het onderwerp vangstquota kan ook hier de Vlaamse situatie aangehaald worden door te verwijzen naar de gezonde status van de bestanden voor de meeste doelsoorten van de Belgische visserij. Zoals bij MSY zal het dus bij een regionalisering belangrijk zijn om rekening te houden met de métiers. Iedere producent zal het best kunnen bepalen welke operationele en technische ingrepen nodig zijn om binnen zijn métier de opgelegde doelstellingen te behalen.
De Rederscentrale vindt dat op deze manier wordt tegemoetgekomen aan de in het Groenboek aangehaalde intentie om te werken met een bottom-up principe, door gebruik te maken van de kennis die vissers met zich meedragen door dagelijks met hun vak bezig te zijn.
In het commissievoorstel is het niet echt duidelijk hoe de regionalisering gerealiseerd zal worden en wat de rol van de Advies Comités (AC’s) hierin zal zijn.   Het is ook belangrijk om te weten of die rol  van de AC’s een impact zal hebben op de financiering, het Europees Maritiem en Visserijfonds dus, waarvoor een voorstel van de Commissie verwacht wordt rond eind november.   
Ruimtelijke Ordening
De Rederscentrale mist, voor wat betreft het uitsluiten van visserijactiviteiten of vistuigen in bepaalde gebieden, de vraag naar meer wetenschappelijke gegevens als basis voor het nemen van deze beslissingen. Voorbeelden uit het verleden hebben reeds aangetoond dat dergelijke beslissingen te vaak op onvolledige basis genomen worden, en bijgevolg ook niet het gewenste effect hebben. Dergelijke beslissingen hebben een grote economische invloed op de (Vlaamse) visserij.
Binnen de kaderrichtlijn mariene strategie wordt volgens de Rederscentrale best niet alleen naar een ecosysteem benadering gekeken, maar ook naar voedselvoorziening voor een steeds groeiende wereldbevolking en een logisch streven naar eigen bevoorrading. In de GVB voorstellen ontbreken dan weer verwijzingen naar ruimtelijke ordening voor windmolenparken, aggregaatextractie, olie- en gaswinning, en andere, die qua plaatsinname meer en meer in conflict komen met de visserij.
Er wordt aan de lidstaten en het Europees Parlement gevraagd om in te tekenen op een ecosysteem benadering voor het nieuwe visserijbeleid. Het huidige beleid verwijst naar “het mikken op een geleidelijke invoering” van een ecosysteem benadering, terwijl de geleidelijkheid in het commissievoorstel voor een nieuw GVB er niet meer is. Het blijft volgens de Rederscentrale een probleem dat er nog altijd geen duidelijke of aanvaarde definitie is voor het begrip “ecosysteem benadering”, laat staan dat er eensgezindheid is over de te bereiken doelstellingen. Het kan toch niet de bedoeling zijn om overheden te laten intekenen op een benadering op basis van een niet overeengekomen definitie.
Gemeenschappelijke Marktordening.
De Rederscentrale staat volledig achter de visie dat P.O.’s een nog meer centrale rol moeten vervullen in de GMO en is bereid die verantwoordelijkheid op te nemen. We zijn dan ook vragende partij om in alle verdere overleg rond de inhoud van de huidige voorstellen te worden betrokken en zeker bij de uiteindelijke uitwerking van uitvoeringsbesluiten die op basis van de huidige voorstellen zeker nodig blijken te zijn.
Het blijkt dat de kosten voor de  interventiemechanismen die bestaan onder de huidige GMO zo goed als verwaarloosbaar zijn binnen een Europees budget. De vraag is dan ook waarom ze niet kunnen worden behouden. In de huidige voorstellen wordt enkel nog de mogelijkheid tot uitstel van verkoop voorzien, maar dit is geen haalbaar mechanisme voor alle visserij-economieën; ook niet de Vlaamse. Als er geen interventie meer mogelijk is, dan wordt een P.O. best gefinancierd door Europa om zelf de noodzakelijke opvangsystemen te organiseren. Zo kan er misschien bekeken worden om een bepaalde productie die de richtprijs niet haalt, niet te verbieden voor menselijke consumptie, maar te gebruiken voor noodhulp.
Verder blijft het noodzakelijk dat een P.O. aangemoedigd wordt om een sluitende marktplanning en rapportering te beheren. Het zou ook nuttig zijn dat de huidige erkenningen als P.O. automatisch worden bevestigd onder een nieuwe marktordening, zeker in het geval van een recente bevestiging zoals voor de Rederscentrale. 
Thema’s zoals quotamanagement door een P.O. en de importheffingpolitiek voor visserijproducten komen niet uitgesproken aan bod in de huidige voorstellen. Als dit niet via eventuele amendementen wordt opgelost, worden ze best toegevoegd aan de toekomstige uitvoeringsbesluiten.


webdesign